zaterdag 10 augustus 2013

Dag 24 : Chalon en Champagne -Coole

Dag 24 : Chalon en Champagne - Coole

7 personen per vierkante km, da's de bevolkingsdichtheid in de regio tussen de Marne en de Aube.
Vertaald naar een  provincie als die van Oost-vlaanderen betekent dit een bevolking van 21000 stroppedragers voor het geval het allemaal Gentenaren zouden zijn. 
De Fransen noemen het gebied waar ik een goede drie dagen zou doorstappen les Grandes Plaines..
De afstand tussen de dorpen werd dus steeds groter en de dorpen verbonden door de Voie Romaine werden steeds kleiner. De Romeinen moeten gedacht hebben : "de korste afstand tussen twee punten is de rechte lijn, laten we onze wegen  dan ook aanleggen volgens dit principe ". En zo geschiedde dat dag 24 ( en later ook dag 25 en een stuk van dag 26) vooral 'rechten dore' was.

De gids vermeldde tevens : exposed area without any possibility to re-alimentate, nor facilities to sleep. Make sure to have enough food and apprpriate clothing. 
Het was nu echt vertrouwen op wat zou moeten komen behalve dan nacht 24 waar we op voorhand onderdak vonden bij een zekere Monique en Jean-Pierre maar daar dadelijk meer over. 
Ik had me bijkomend als doel gesteld de komende 4 dagen met een dagelijks budget van 10 euro rond te komen. Door het feit dat er niet veel te rapen vie in les Grandes Plaines waren de verlokkingen alvast ook niet al te groot. Back to the basics was de boodschap.

Met de linkervoet was het iets beter maar de nieuwe schoenen brachten niet meteen de grote verbetering die ik gehoopt had. De onderkant van mijn linker voet bleef te zeer opspelen en ik maakte me dan ook grote zorgen voor de komende dagen. Wat als dit grote ongemak zo blijft, hoe lang ga ik dan kunnen verdragen? Wat als het erger wordt? Zou ik beter niet een aantal dagen ergens blijven rusten totdat de pijn helemaal weg zou zijn? Maar toch niet hier ? Het is dan wel het hoogseizoen -lees het is oogst- maar er is hier werkelijk niets te beleven...!?
De onzekere gedachten en de onbeantwoorde vragen hadden voor het eerst een impact op de goede moraal. Even zag ik het somber in. Waarschijnlijk door deze sombere gedachten belandde ik op het kerkhof van Fontaine sur Coole waar ik mijn lunchke verorberde en daarna een lange siesta nam. 
Alvorens terug te vertrekken verwijderde ik een zooltje uit mijn linkerschoen. Dat zooltje had ik reeds vanaf dag 1 in mijn schoen gelegd omdat hierdoor mijn voet vaster in de schoen  gegoten zou zitten en het risico op blaren zou verminderen.
De Heilige Geest moet over het kerkhof gevlogen zijn want na het verwijderen van dit zooltje was het ongemak voor een heel groot stuk verdwenen. Het gaf meteen een gigantische boost. Al mijn vragen leken beantwoord en er hing thans geen zwaard van Damocles meer over het verdere verloop van de tocht.
Anderzijds wou ik dit vreugdegevoel ook niet meteen delen met de 'gigantische' plaatselijke meute. Eerst de volgende dag maar eens afwachten, ....

Het vogeltje met de speciale deuntjes, dat ik op dag 1 in de graanvelden tussen Calais en Wissant voor het eerst had  gehoord en daarna telkens weer ik graanvelden passeerde, was er weer. Het repertoire van het beestje bestaat uit wel 10 verschillende deuntjes die het snel, haast adhd-matig, achter elkaar afspeelt. Verscholen tussen de graanstengels is het diertje echter nooit te zien. Bij deze een oproep om mij uit mijn  ornitologisch lijden te verlossen en me de naam van het vogeltje via sms of email door te spelen. 

Zoals hierboven aangegeven zou ik de nacht doorbrengen bij Monique en Jean-Pierre. Aan de telefoon klonk Monique bijzonder gastvrij en ze wist me te vertellen dat al heelwat pelgrims de nacht bij hen hadden doorgebracht. En effectief, in de laatste 5 jaren had meer dan een honderd mensen hier figuurlijk hun tentje opgeslaan.
Monique werkte als administratief bediende van de mairie, in meerdere dorpen in de omgeving van Coole. Haar echtgenoot, Jean Pierre, was landbouwer en bewerkte ongeveer een kleine 180 ha (kleine boer in lokale normen). 
Tijdens het avondmaal was het onderwerp van gesprek voornamelijk de passanten die bij hen waren verbleven en zo kwamen we  uit bij twee gasten, de ene een jongere van 16 en de andere zijn begeleider, et ils etaient Belge. 
En voordat ik hun namen kon uitkramen, wist Monique te vertellen dat het Jonathan en Laurent waren. 
Hun verbazing was groot toen ik vertelde dat ik hen kende, en dat ik een drietal dagen met hen had meegestapt aan de grens tussen Zwitserland en Italie in 2010. En dat het hierdoor was gekomen dat ik nu niet naar Compostela maar naar Rome aan het stappen was. 

Mijn dag kon niet meer stuk : eerst die pijn grotendeels weg en dan het verhaal van Jonathan en Laurent. 

Het gesprek aan de avondtafel ging vervolgens voort en zo kwamen we aanbeland bij het bespreken van de gewassen op het veld, de boerderij en de aan de gang zijnde  oogst. Het was de voorbode van het in vervulling gaan van een jongensdroom. Ging half uur later zat ik immers samen met Jean-Pierre in de cabine van zijn moissonneuse-batteuse, het Franse woord voor graandorser, met une coupe de 6,6 metre de largeur zomaar eventjes een halve hectare graan te oogsten. 

De dag diende zich onheilspellend aan - exposed area, voie Romaine, leegte in ruimte, ongemak aan mijn voet- maar uiteindelijk eindigde het in grote blijdschap want een kinderwens was vooralsnog in vervulling gegaan en sliep ik in een warm en geborgen nest.








Dag 22 en dag 23 Ambonnay - Chalon en Champagne


Dag 22 : Ambonnay - Chalon en Champagne
Dag 23 : Rustdag in Chalon

Wie mijn reisplan volgt zal ongetwijfeld hebben opgemerkt dat bepaalde bestemmingen afwijken van het geplande. Vaak heeft dit te maken met het vinden van een juiste slaapplaats en dus op dag 22 was Ambonnay de eindbestemming in plaats van Trepail.

Ook na de tweede rustdag in Chalon zal het plan enigszins worden aangepast omdat ik zomaar eventjes 34 km vergeten in te plannen ben.

Het reisplan werd dus als volgt aangepast : 

Dag 26 : Braux le Petit - Dolancourt (35k ipv 15k)
Dag 27 :  Dolancourt - Clairvaux (25k ipv 14,5k)
Dag 28 wordt ingekort met 4 km door het nemen van een alternatieve weg naar Mormant
Dag 30 : Langres - Gremant (25k ipv 39,5k)
Dag 31 : Gremant - Dampierre sur Salon (31k ipv 17k)

Mijn linkervoet ondervond last vam de afgesleten hiel van mijn voor de rest nochtans perfect zittende wandelschoenen. Quasi elke drie kilometer was het nodig dat ik stopte om te rusten, de schoenen uit te zwieren en mijn voet een beetje te masseren. 
De rustdag kwam geen dag te vroeg en  bovendien waren mijn ouders bij de Berghut - speciaalzaak voor outdoor gerief- gepasseerd in Hamme om een nieuw identiek paar aan te schaffen. 

Aan de kathedraal hadden mijn ouders post gevat. Het weerzien was bijzonder warm, hartelijk en best wel emotioneel.
Onze papa had bokes klaar gemaakt van zelf gebakken brood met ertussen gebakken ei en spek. En smaken dat dit deed. 

Ik heb ouders van het beste soort.

Langsgaan bij mijn ouders is ontvangen worden als een koning. ( voor de republikeinenen onder ons : als een president). Ik ben zeker dat iedere pelgrim die zou passeren in de Haagstraat te Zonhoven een dak boven zijn hoofd heeft om te slapen, kan aanschuiven aan een rijkelijk gevulde tafel en meer dan 1 geinteresseerd luisterend oor heeft naar zijn verhalen. De gastvrijheid van mijn ouders is immers bijzonder groot. 
Bovendien zijn mijn ouders gelukkige en positieve mensen. Kankeren en klagen zijn niet aan hen besteed. Hun geluk zit in het genieten van de eenvoudige dingen, zoals hun zoon 4 boterhammen met spek en ei zien opslokken. Om die reden alleen al was de rit naar Chalon het hun waard. 
Ik ,en ik mag vermoeden mijn broer Patrick ook, prijs me bovendien gelukkig met het feit dat het ouders zijn die zich nooit opdringen, zelden zich mengen in onze huishoudens en hun ideeen over hoe we de zaken aanpakken eerder voor zichzelf houden. Maar klaarstaan, wanneer het nodig is : als de eersten en ongedwongen.

Beste lezer, Ik kom dus uit een bijzonder warm nest, waar alles bespreekbaar is, waar goed gelachen wordt en waar we bijzonder respectvol met elkaar omgaan. 

Papa, mama, fijn dat jullie in Chalon waren. You're the best !!









maandag 5 augustus 2013

Dag 21 : Reims -Ambonnay

Dag 21 : Reims - Ambonnay

Na een slapeloze nacht kostte het evenwel geen moeite om bij de eersten aan de ontbijttafel aan te schuiven.
Om 7u 's morgens had ik trouwens afgesproken met drie andere pelgrimmers die me zouden vergezellen tijdens de eerste 4 kms van de dag. 
Na km 4 splitsten onze wegen  : zij verder naar Compostela, ik verder richting Rome. Omnes viae romam non perducunt tenzij met een gigantische omweg want volgens een plaatje was het nog een goede 2400 km naar Compostela vanuit Reims.

Na km 4 was ik dus weer op mijn ukkie, rustig langs het verbindingskanaal Aisne - Marne., af en toe opgeschrikt door een moedige jogger of fietser.
Het kanaal leek me in onbruik geraakt te zijn, niettegenstaande de vele maalderijen en silo's die ik langs het kanaal tegenkwam. De sluiswachterhuisjes herbergden  geen gelukkige gezinnen van sluiswachters, sluiswachtersvrouwen en sluiswachterskinderen meer.  In plaats van deze ambtenaar kwamen panelen die bij het naderen van de sluis aangaven op welke manier de schipper zelf de sluis kon bedienen. 
Het meest voorkomende systeem bestaat erin aan een koord te trekken die op 1/4 breedte van het kanaal hangt en bevestigd is aan een lijn die 4 meters hoog over de ganse breedte van het kanaal gespannen is.
Het deed me telkens denken aan een WC van vroeger waarbij de waterbak een goede twee meter boven de Wc pot was bevestigd en waar aan de zijkant een ketting bungelde met aan het uiteinde een houten handgreep.
Simultaan met de gedachte dat dit kanaal waarschijnlijk echt niet meer zou gebruikt worden, verscheen er in de verte in een van de bochten gehuld in wat ochtenddauw een redelijke grote pleziervaart-boot.
 Met de hoed in de hand komt men door het ganse land en dus nam ik me voor om de schipper eens uitgebreid te groeten. Langzaam maar gestadig naderde de boot en snel kreeg ik te zien dat er een Amerikaanse vlag wapperde aan de spiegel van het vaartuig. 
De schipper groette me joviaal terug. Ik bleef de boot een beetje nakijken zodat ik plots zag dat van de andere kant van de kajuit ,naar ik vermoed, de schipper's vrouw compleet naakt kwam opduiken, zich weliswaar snel een wegbanend naar de kajuit waar ze dekking zocht bij de schipper. En dekking in de betekenis van beschutting, beste lezer.
Mijn ochtend kon alvast niet meer stuk vooral met de gedachte dat precies een inwoner van een redelijk puritijns continent, aan de andere kant van de grote plas op een klein kanaaltje tussen de Marne en de Aisne voor een hilarische sexuele impuls zorgde op dag 21 van mijn tocht.
Mag ik vermoeden dat de schipper zelf met zijn wel edele delen bloot voor het roer stond?
Mag een "pelgrim" wel bezig zijn met het stellen van dergelijke vragen? Laat staan hierover  te schrijvenb? 

Op dag 21 trouwens een schalkse vos gezien, (want wat doet dit beest anders overdag)

zondag 4 augustus 2013

Dag 20 : Hermonville - Reims

Dag 20 : Hermonville - Reims

Ik was vroeg bij de pinken op dag 20. Moest ook want ik wou vroeg toekomen in Reims om twee redenen : 1. omdat ikReims al zo lang wou bezoeken en 2. omdat het die dag broeierig heet zou worden. 
En het werd heet. Meer dan 35C in de schaduw rond de middag.
De relatieve koelte van de morgen en de vele mooie bossen op mijn pad zorgden echter voor best wel een doenbare tocht. Bovendien moest slechts 21 k worden afgelegd.

Rond 1u kwam ik dan ook toe in de oude hoofdstad van Gallia Belgica, Durocortorum, het huidige Reims. Ik had een kamer gereserveerd in het centre international de sejour die ik zou delen met een nog nader te ontmoeten iemand.
Die iemand werden uiteindelijk Walter uit Brazilie, een 22 jarige student die zijn eerste master computerwetenschappen had beeindigd in Reims en volgend jaar in Parijs zou verder studeren en Tsja, ook vooraan in de twintig, uit Zuid-Korea naar Frankrijk afgereisd om al werkend als schilder Frans te leren. Tsja studeerde voor Chocolatier en wist dan ook alles over onze chocolade. De jongeman had tevens ons land bezocht en fier legde hij me uit dat hij helemaal naar Luik was gegaan. Ik dacht in eerste instantie om aldaar het bischoppelijk  paleis te bezoeken. Bleek dat ie de trein had genomen om een Luikse wafel te eten. How about that !
Best wel vriendelijke jongens, maar respect voor een baard van inmiddels 22dagen oud was er niet bij. Ik zou in het bovenste bed slapen.

Ziedaar de ingredienten voor een mega slapeloze nacht : een vreselijke warme dag, een centre de sejour die gelegen naast de autoroute, weliswaar aan een strook met fluisterasfalt en een snelheidsbeperking van 80km, niet voorzien was een koelings- of ventilatiesysteem, een te kleine kamer voor drie man, een ouwe van straks 45 die de stijgende warme en zuurstofarme lucht moest  inhaleren in het bovenste bedje, twee studerende gasten met 20 ipad en iphone devices die in ieder stopkontakt van de ruimte gezien de wet van behoud van energie lekker nog ns voor extra potentieel vermogen zorgden. 
Veel schaapjes heb ik niet geteld maar ik ben de tel wel kwijt geraakt bij het aantal keren dat ik me van ligging heb veranderd.

Reims daarentegen was wederom een mooie ontdekking. In de kathedraal waar iedere pelgrim dagelijks tussen 2 en 5 door een drieledig panel aan de ingang van dit meesterlijk gotisch bouwsel met de nodige aandacht wordt ontvangen, kreeg ik van de vriendelijkste van de drie ( panelleden)  de prachtigste stempel in mijn paspoort tot dusver.  De meest norse van de drie verwees me door naar de baseliek Saint-Remi als andere toeristisch highlight in the city. En dat was gewoon een bijzonder goede tip.

Ten eerste omdat de koelte in de basiliek aangenaam was en in schril contrast stond met de zengende hitte van buiten, ten tweede omdat het tevens een kunsthistorisch gebouw was en ten derde -vooral- omdat een naar ik kon inschatten 70 personen tellende Engelse koor onder begeleiding van een orgellist aan het repeteren was. 
In die setting,  koel en sfeervol, heb ik dan meer dan een uur gewerkt aan de verslagen van dagen 14-17.
De muziek katapulteerde mijn gedachten ook even terug naar de eucharistieviering van dag 1 in Canterbury. Ook toen klonk het hemels.

Een basiliek is in de Rooms-Katholieke kerk een ere-titel voor een bijzondere kerk.
En wat maakt nu de kerk van Saint-Remi een basiliek ?
De resten van de bischop Saint Remi die er terug te vinden zijn.
En wie was bisschop Saint Remi ?
Hij die Clovis, zijn twee zussen en meer dan 1000 Frankische soldaten doopte op 25 december van het jaar 496. Hierdoor werd onder andere de basis gelegd voor het katholicisme in Frankrijk. Althans dat is toch de versie die terug te vinden is in onze geschiedenis boeken en zij die vroeger Artis Historia punten verzamelden, zo staat het ook in het zesdelige werk van 's lands glorie.
Anderen  hebben vanuit historisch oogpunt kritiek en zeggen dat Clovis’ doop, Frankrijk niet tot het katholicisme bekeerd heeft, aangezien deze religie reeds vast verankerd was in de Gallo-Romeinse bevolking. Bovendien beweren zij dat de  doop ook niet de geboorte van Frankrijk als natie kenmerkt.  Zij zijn van mening dat het passender zou zijn om de geboorte van Frankrijk te plaatsen bij de verdeling van het koninkrijk van Karel de Grote in 843 waardoor Karel de Kale, en niet Clovis, tot eerste koning van Frankrijk werd gemaakt.

Geschiedenis, een exacte wetenschap ?

Dag 19 : Corbeny - Hermonville

Dag 19 : Corbeny -Hermonville

Op dag 19 ruilde ik de regio Picardie voor de regio Ardenne-Champagne. Het feest kon nu echt beginnen.
Om de lijn door te trekken van het verslag dag 13 : Picardie telt 3 departementen genaamd naar de 3 rivieren die in deze regio vloeien : Somme, Aisne en Oise

Geen 10 jaar geleden had ieder Frans dorpje dat zich respecteerde een bakker, een slager en een bar tabac. Dat maakte het mogelijk in de jaren 80 voor de familie Smellenbergh eenmaal de grens over op weg naar hun vakantiebestemming in Frankrijk te stoppen bij de eerste bakker voor une baguette en bij nen echte slager die de overheerlijke jambon blanc non chalant in een wit-rood geruit papier wist te draaien. Het was haast een ritueel. En smaken dat dit deed.
In Picardie was daar echter niets meer van te merken.  Leegstand bij de middenstand des te meer. Een soort gelatenheid huisde in de dorpen. En vanuit een bepaalde bezorgheid voor de toekomst had dit ook gevolgen voor de (on)vriendelijkheid van de mensen waarbij we voorzichtig dienen te zijn met veralgemeningen. En bovendien is dit een puur persoonlijke interpretatie, niet gestoeld op enig wetenschappelijk onderzoek. Die leegstand daarentegen was wel een feit.

In het laatste dorp Berry au Bac van de regio Picardie was de middenstand nog voltallig maar veel volk trof ik niet aan in de bar tabac waar ik binnen strompelde met de vraag of ze mijn fles met fris water konden vullen. Ik zag de waardin denken : bestel iets in plaats van te vragen om uw fles te vullen. Voorzichtig en zelfs een beetje beschaamd, greep ik alvast een rolletje mentos uit het rek vol suikergoed. 
En toch ontroerde de vrouw me toen ze de dop van mijn fles extra proper maakte en deze dop met een ongelooflijke blijk van zorgzaamheid op de fles draaide. Veel werd er niet meer gezegd van haar kant buiten dan de obligate 1 euro20 voor het rolletje mentos. 
Ik troost me met de gedachte dat 60procent van de communciatie eerder van non verbale aard is en da's wel gestoeld op wetenschappelijk onderzoek.

Het kopen van het rolletje mentos had ook een symbolische waarde ( voor alles een uitleg) want een pelgrim ontvangt niet alleen en hij deelt ook uit, althans zo leerde ik in de kathedraal van Laon waar een aantal panelen over pelgrims en pelgrimstochten 't een en 't ander voor me verduidelijkten.

En hiermee belanden we meteen  bij de attributen van een Pelgrim. 
Een collega van het werk ( beste Anton,)vroeg me om wat duidelijkheid te brengen over de inhoud van mijn rugzak en andere attributen die ik heb meegenomen op mijn tocht.

Laten we beginnen met de pelgrim uit de middeleeuwen en dan afdalen naar de man die nu onderweg is.

Reeds vanaf de hoge Middeleeuwen onderscheidden de pelgrims zich niet enkel door hun kledij van de gewone reizigers, maar ook door bepaalde attributen. Ze droegen bepaalde karakteristieke voorwerpen waardoor ze meteen als bedevaarders herkenbaar waren en dus onderweg op onderdak, voedsel, hulp en bescherming konden rekenen. 

De drie essentiële attributen waren de pelgrimsstaf, de reistas en de documentendoos.

A. De pelgrimstaf
De pelgrimsstaf (Latijn: "baculus"; Frans: "bourdon"; Middelnederlands: "palster") was een houten stok, tot en met de 14de eeuw korter dan de lichaamslengte  van de pelgrim, met doorgaans bovenaan één appeltje bolvormige knop en onderaan een smeedijzeren punt. Vanaf de 15de eeuw werd de staf steeds langer en stak uit tot boven het hoofd van de bedevaarder. 

De wandelstaf had 2 praktische functies :
hij werd gebruikt om het wandelen over een lange afstand gemakkelijker te maken. Hij bood extra-steun ("derde voet") bij vermoeidheid, bij overbelaste of gekwetse ledematen, vooral op slecht gebaande wegen en met zijn ijzeren punt onderaan diende de staf als een zeer nuttig verdedigingsmiddel tegen struikrovers of valse pelgrims ("coquillards") en hij was tevens een geducht wapen om loslopende honden en wilde dieren zoals wolven af te slaan op afstand te houden

B. De reistas 
De reistas (Latijn: "pera", "capsella" of "sporta"; oud-Frans: "escharpe" of "escherpe", afgeleid van het Frankische "skerpa"; Middelnederlands: "scerpe") was een ander essentiëel attribuut van de pelgrim. Het was een buidelzak in linnen of (herten)leder die naar vorm en afmeting erg kon variëren. Hij diende om er brood en andere mondvoorraad in te bewaren (om van de ene stopplaats naar de volgende te stappen) en werd met een riem over de rechterschouder gedragen.
Deze  ransel had vanaf de 12de eeuw voor de bedevaarders een diepe symbolische waarde en vertoonde inzake vormgeving 3 religieuze betekenissen:
1. de tas is van dierenhuid om de pelgrim eraan te herinneren dat hij zichzelf moet kastijden en zijn huid pijnigen.
2.de tas is klein want de pelgrim moet, om in zijn levensonderhoud te voorzien, meer zijn vertrouwen stellen in God dan in zijn eigen beschikbare middelen.
3. de tas is altijd open omdat de pelgrim zowel bereid moet zijn om zélf te geven als om te ontvangen (zie het rolletje mentos in de bar tabac van berry au bac)1

C. De documentendoos
Vele bedevaarders vertrokken van huis met een (meestal) ijzeren doos, waarin ze zorgvuldig hun aanbevelingsbrieven (bijv. van de plaatselijke priester of kloosterabt), adelbrieven, identiteitsbewijzen, vrijgeleiden, enz. opborgen. Ze droegen deze doos met een riem om de schouder of maakten ze vast aan hun buikriem. Deze kostbare documenten waren vooral noodzakelijk in de perioden dat de pelgrimswegen onveilig werden gemaakt door oorlogen of door steeds meer valse pelgrims werden bewandeld . Wie vanaf de 17de eeuw geen soortgelijke brieven kon voorleggen riskeerde de derde keer zelfs een veroordeling tot levenslang roeien op de galeien!
Onderweg verzamelden de pelgrims zoveel mogelijk bewijsbrieven, -stempels en -zegels van het bezoek aan heiligdommen, bijkomende aanbevelingsbrieven van gasthuizen en kloosters, getuigschriften e.d. In het eigenlijke bedevaartsoord kregen ze een certificaat van biecht en communie en een bewijsstuk van de volbrachte tocht (in Santiago was en is dat de bekende "Compostela").

Beste Anton, 

In weze is er nog niet veel veranderd : 

Mijn wandelstok heeft ook een ijzeren punt aan de onderkant en moet me beschermen tegen loslopende honden. Voorts geeft hij steun en op een bepaalde manier zorgt hij voor een bepaalde cadans in mijn stappen

Mijn reistas is veel groter dan de middeleeuwse variant en de massa  van de inhoud zorgt voor de kastijding. 
Wat zit er in :
1. een eenpersoonstent van 900 gr
2. een zelf opblaasbaar matje
3. een slaapzak
4. een gasvuurtje
5. een potje en inschuifbaar plastiek kommetje
6. een regenjas
7. een fleece
8. 2 kleine vaatwas handdoeken
9. Twee onderbroeken, een t-shirt korte mouw, een t-shirt lange mouw, twee paar sokken
10. Zakmes
11. Een mini Ehbo koffertje
12. Toiletzak
13. Proviand
14. I-pad om te bloggen
15. Een paar sandalen
16. Pierlapie

Mijn reispas voor het verzamelen van stempels als bewijs. Weliswaar inschuifbaar in een plastic etui en niet opgeborgen  in een documentendoos.

Het grote verschil met het middeleeuwse verleden bestaat erin  dat het geloof in God niet bepaald is toegenomen waardoor mijn rugzak veel groter is dan de ransel en dat de omgeving,  de pelgrim niet meer herkend en men dus geen onderdak, eten, etc... Spontaan aanbiedt. Althans tot dusver en op de via Francigena. Naar ik begrijp zou dit iets anders zijn op de weg naar Compostela.

Die rugzak is echt wel kastijding. Het zou dus kunnen dat ik ,pareto indachtig, een aantal zaken er nog zal uitzwieren.

zaterdag 3 augustus 2013

Dag 18 : Laon - Corbeny

Dag 18 Laon - Corbeny

Wel eens gereden naar Reims via de A26?  En is je oog ook ooit gevallen op een toeristisch bord met de vermelding Chemin des Dames? Bij iedere passage  werd alvast mijn aandacht gevestigd op dit bord. En telkens weer stelde ik me vruchteloos de vraag waar dit in godsnaam mee te maken had? 
Trouwens ik vind dat de Franse goed zijn in het plaatsen van toeristische borden en dat is niet ironisch bedoeld. 
Op een of andere manier moest  dit te linken zijn met de Eerste Wereldoorlog maarja hoe zat de vork nu aan de steel?

Op mijn eindbestemming zou ik slapen in de Auberge, jawel Chemin des Dames.
De lezer die nu een verhaal verwacht die de vunzigheid van de Canterbury Tales zou overstijgen moet ik,vrees ik, teleurstellen. De andere lezer neem ik graag even mee terug naar de 18de eeuw toen twee dochters van de Franse koning Lodewijk XV, Adélaïde en Victoire, deze weg gebruikten om vanuit Parijs hun gouvernante in het kasteel de la Bove bij Vauclair te bezoeken.
Om de tocht per koninklijk rijtuig te vergemakkelijken werd de weg van een steenlaag voorzien. Voortaan zou deze weg naar de Dames de France worden vernoemd.

Maar hoe is dit nu gelinkt aan de Eerste Wereldoorlog?

Het plateau waarover de weg voert heeft vele malen een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis. De soms meer dan 200 meter hoog gelegen heuvelrug vormt een schitterende natuurlijke barrière en deze strategische ligging verklaart de grote belangstelling die machthebbers altijd voor de Chemin des Dames toonden :

In 57 voor Christus werd het lot van Gallië beslist rond Bibrax, het huidige Saint-Thomas, gelegen aan het oostelijke uiteinde van de hedendaagse Chemin des dames;
In 486 wordt de laatste Romeinse "gouverneur", Syagrius, in de omgeving van Soissons verslagen door Clovis, een jonge Frankische hoofdman.
In 1814 zette Napoleon jonge rekruten ("les Maries-Louise") in tegen de Russische en Pruissische geallieerde legers. Het zou zijn laatste overwinning worden . Geen Chemin des Dames voor Napoleon in Waterloo.
Vanaf september 1914 bezetten de Duitse troepen de heuvelrug. Ze groeven zich in in de gewelven van een kalksteengroeve die ze zelf Drachenhöhle noemden, naar de rookwolken die ontsnapten uit de gangopeningen en die van veraf waren te zien. Deze naam werd later door de Fransen overgenomen: Caverne du Dragon.
De Franse generaal Nivelle wilde een eind maken aan deze stellingenoorlog en op 16 april 1917 lanceerde hij een groots opgezet offensief.
Ondanks de deelname van de eerste Franse tanks (type Schneider) en intensieve artilleriebombardementen liep dit offensief uit op een grote ramp.
Nivelle hield koppig vol en ten koste van heel veel mensenlevens wist hij in mei 1917 Craonne en het plateau de Californie slechts voor even in bezit te krijgen.
Deze opzienbarende nederlaag ondermijnde het moreel van de Franse troepen en leidde tot een muiterij die werd bezongen in het chanson de Craonne.
Nivelle werd aan de kant gezet en generaal Pétain nam het bevel over. Na het moreel van de troepen te hebben hersteld begon hij een beperkt, maar goed voorbereid gevecht wat er in resulteerde dat de heuvelrug in november 1917 in Franse handen kwam.

Ook nog vermelden dat de eerste, weliswaar kleine, wijngaarden zich aandienden. De regio Ardenne-Champagne was in aantocht.

vrijdag 2 augustus 2013

Dag 14-17 : Peronne - Laon

Dag 14-17 : Peronne - Laon

Ik bundel graag dag 14 tot en met dag 17 samen in een enkel verslag.

4 dagen werd ik vergezeld op mijn weg : de eerste twee dagen door mijn liefste Vanessa, de laatste  2 dagen door vriend Kurt. 

Alvorens te vertrekken, werd me vaak de vraag gesteld. En, wie gaat er mee ?
In je hart neem je natuurlijk iedereen die iets betekent in je leven mee. En effectief, onderweg zijn al heelwat mensen in mijn gedachten de revue gepasseerd. En des te langer onderweg, des te zachtaardiger de gedachte. Het is als het ware dat iedere stap knaagt aan de negatieve kritiek die eigen is aan het mens zijn (of misschien wel aan mij).
Met verbijstering en ongeloof kreeg de vraagsteller te horen dat ik alleen tot Rome zou stappen. Weliswaar zouden af en toe vrienden meestappen. Steevast kreeg men ook te horen dat het solitaire karakter van de  pelgrimstocht meteen ook de basis is voor het kontakt en de ontmoeting met de nieuwe wereld die zich iedere dag weer zou aandienen.
De verslagen van de eerste dagen puilen alvast  uit van de bewijzen die deze these meteen kracht bijzetten. 

Samen rondtrekken heeft dan weer andere voordelen. Je kan meteen delen, je kan de andere laten voelen wat je iedere dag meemaakt. Hiermee creeer je begrip voor wanneer je terug thuis bent. Deze blog is hier tevens een onderdeel van.
Ik herhinner me nog levendig mijn re-integratie in Belgie na een jaartje States op 17 jarige leeftijd. Tijdens mijn jaar abroad, waarin ik me niet alleen uitermate goed geamuseerd had maar ook verder ontwikkeld was, had ik het nagelaten vrienden en familie te laten delen in mijn belevingen en de gevoelens die hiermee gepaard gingen. 
Terug thuiskomen was dan ook heel moeilijk omdat ikzelf steeds stuitte op onbegrip en anderzijds ik, in egelstelling, gepikeerd reageerde op datzelfde onbegrip.
 
Niet deze keer dus, al blijft het een delicate evenwichtsoefening tusen enerzijds het solitaire en anderzijds het in levendige lijve delen met.

Dag 14 stapten Vanessa en ik een goede 33 km, van Peronne naar Serancourt le grand waar we de nacht doorbrachten in een op de draad en naad versleten caravan die bovendien een aardig reukje had. Gezien mijn anosmie had ik daar alvast geen last van. Zo zie je maar alles  zo zijn voordelen heeft.
De dag begon met een angstaanjagende storm. We verkozen dus om even het ergste af te wachten. Al snel klaarde het weer op en de rest van de dag zouden we genieten van een aangenaam weertje. 
Het landschap begon stilletjes aan mijn keel uit te hangen. Het is de Franse landbouwer alvast goed gelukt om te bewijzen dat ze de graanschuur zijn van West-Europa. De afwisseling van bieten, porei, koolzaad en patatten kon niet langer rekenen op veel begrip mijnentwege.

Dag 15 eindigde in Tergnier en meteen werd ik herinnerd aan het feit dat ik voor den ijzeren weg werk, allez indirect dan toch, tot nader order. (zie Duitsers, Polen, Luxemburgers,....die ons willen inlijven)
Bij het binnenstappen van het overigens doodse Tergnier, waar een lokale bakker de enige plek was om na 18 u nog een biertje te kapen,  werd de camera boven gehaald  om foto's te trekken van B-Cargo huifkarren. Nooit gedacht dat ik tot zo iets in staat zou zijn geweest.
In Tergnier scheidden onze wegen, die van Vanessa en mezelf, voor een goede 7 weken. In Lucca zal ik haar bij leven en welzijn terugzien. 
Het waren twee intense dagen om in te kaderen en te koesteren.

Vriend  Kurt stond meteen de wacht op te maken met nieuwe Nikes van den Aldi en een rugzakske waar niet ns een onderbroek extra large inpastte. En jong : waar zijn uw wandelschoenen? 

Na een nachtje slapen boven het enige Indische restaurant dat Tergnier telt waar trouwens op zondagavond niet een levendige ziel te bespeuren viel - voor die Indier die achter het kookfornuis staat moet dit wel een aardige cultuurshock zijn- startte dag 16 zoals dag 15 geeindigd was nl met huifkarren van B-cargo bij de firma Nmlk te Beator.
Ik mag hopen dat dit niet een of andere misplaatste grap was van mijne chef. 

Mijn gebeden voor een ander landschap werden uiteindelijk aanhoord. Velden vol met granen werden vervangen door glooiend landschap met weilanden en mooie, volle en gezonde bossen. In een deze bossen, op het einde van onze dagtocht, vond ik dat het tijd was om die Nikes van den Aldi eens te testen op waterdichtheid en stevigheid.
Het is dankzij de man die in die gumpies zat en die er geen gewoonte van maakt om snel te klagen dat de test uiteindelijk tot een goed einde werd gebracht. Met natte voeten marcheerde mijn vriend na een goede 7 uur stappen de camping van Suzy  binnen. Het leek even dat we waren aangemeerd op het Noord-Amerikaanse continent : Een Amerikaanse vlag, een Texaanse longhorn, een wegbewezering naar het saloon... De eigenaar die zijn inspiratie haalde uit strips van Lucky Luck, zelf nog nooit in de States geweest, en bijzonder handig in het bewerken van hout, was zijn camping aan het transformeren naar een soort Bobbejaan camping met zelf gemaakte huifkarren. In huifkar Charles, genaamd naar de Charles die speelt in the little house on the prairie (jeugdsentiment opgeroepen?)overnachtten we.

Dag 17 : mijn wandelschoenen baarden  me zorgen. 
De onderkant van mijn hielen slijten te snel. Ik heb nog nogal een hoge wreef en een holle voet en het gewicht, dat trouwens steeds vermindert , wordt duidelijk niet gelijkmatig verdeeld over mijn voet.  Gevolg :  aan de buiten- en anderkant van mijn hiel is het zwarte harde gedeelte bijna weggestapt op de ruwe tarmac van de afgelopen weken.

In Laon, eindbestemming van dag 17, hoopte ik dat ze bij mister minute voor een oplossing konden zorgen. Echter, minstens 24 uren wachten was het verdict en die tijd ontbeerde me. Dan maar drastische maatregel : een nieuw paar bestellen (in Belgie) en veranderen van pneus in Chalon wanneer mijn ouders me een bezoekje brengen op mijn rustdag.
In Laon wachtte anderzijds een aangename verrassing. John en Susy, ex-collega's van bPost, stonden met hun sleurhutje op de camping en zoals het hoort nodigde ze een pelgrim uit voor het avondmaal. 
Susy en John zouden de volgende dag ook nog een 8-tal km meestappen. Ik loop vooruit op de feiten maar het was heel leuk om die afstand met hen te overbruggen. Niet zozeer om de wandeling op zich maar wel door de gedachte dat we dit konden samendoen als vrienden,  nadat we op het sorteercentrum van Antwerpen X in goede en slechte dagen, lief en leed hadden gedeeld als collega's. Het "juk"van excollega's te zijn werd afgeworpen. De mantel der vriendschap werd opgenomen.