donderdag 5 september 2013

Dag 50-53 : Gignod -Ivrea

Dag 50-53 : Gignod - Ivrea

Tussen dag 50 en 53 werden de volgende etappes afgelegd :

Dag 50     Gignod - Nus : 23 km
Dag 51     Nus - Saint Vincent : 19km
Dag 52     Saint Vincent - Hone : 26km
Dag 53     Hone - Ivrea : 29km

De dag starten in een bar met een Cappuccino en een verse croissant gevuld met Crema, Marmellate of Nutella.
Wat moet een mens nog meer ? Het spektakel van een niet aflatende stroom van komende en vertrekkende doorgaans ratellende Italianen krijg je er voor niks bij. Stupende ! De schoonheid van de chaos. 
Ik nam me voor om zo vaak mogelijk mijn dagen in Italie te beginnen in een lokale bar.

Vanaf dag 49 tot een stuk van dag 53 stapte ik door de doorgaans bij ons ongekende Aosta-Vallei. 
Ter verrijking van jullie geografische kennis : 
De Aosta Vallei is ongeveer zo groot als een Belgische provincie. Het vormt een autonoom gebied in Italie en door zijn historische link met het huis van Savoie wordt er ook nog Frans gesproken door jong en oud. 
In het noorden wordt Deze Valle d'Aoste van het Zwitserse Wallis (de vallei van de Rhône die we beklommen hadden) gescheiden door de Walliser Alpen. De Grote Sint-Bernhardpas leidt over deze bergketen naar Martigny. Andere passen over de Walliser Alpen zijn alleen te voet begaanbaar. De Walliser Alpen vormen hier een voor het verkeer ondoordringbare barrière tussen het Valle d'Aosta en Wallis.
In het noordwesten wordt Valle d'Aosta begrensd door het massief van de Mont Blanc, waarachter in Frankrijk de vallei van Chamonix ligt. Aosta is met Chamonix verbonden door de Mont Blanctunnel, die de E25 onder de Mont Blanc door leidt.
Ten zuiden en zuidwesten van Valle d'Aosta liggen de Grajische Alpen, waarover naar het westen de Kleine Sint-Bernhardpas naar Bourg-Saint-Maurice in het Savoyse Tarentaisedal voert. De zuidkant van Valle d'Aosta wordt gevormd door het massief van de Gran Paradiso.

Ik ging Oostwaarts richting Piemonte waarbij de bergtoppen iedere dag die ik stapte steeds kleiner werden. Het was een waar wandelparadijs op hoofdzakelijk steile rotsachtige paadjes die hun weg baanden langs kleine bijzonder vruchtbare perceeltjes waar dankzij een micro-klimaat appels, peren, perzikken, kiwi's, hapklare tomaten waarvan het vruchtvlees zo rood zag als watermeloen , kastanjes, noten, en nog zoveel meer lekkers welig groeiden. Kleine tuintjes van Eden werden als het ware aan elkaar geregen. Een mens kon daar alleen maar goed gezind van worden.

Die goedgezindheid moet een cameraploeg van een lokaal tv-station zijn opgevallen. Toen ze bovendien vernamen dat ik de Via Francigena van Canterbury naar Rome aan het afmalen was, kon de pret voor hen niet op gezien ze precies een documentaire aan het maken waren over de "weg van de Franken" Voor ik het wist stond ik voor de camera in het Frans uit te leggen dat ik een pelerin belge was etc... 

Geen uur na het interview op weg naar de beroemdheid, ontmoette ik Gabriella, een Duitse vrouw die vervroegd op pensioen daags voordien vertrokken was vanuit Aosta richting Rome. Gabriella was lerares Engels en Sport geweest op een middenschool en wou met deze tocht haar nieuwe leven op een gepaste manier inzetten. 
Quasi drie dagen stapten we samen. Als ik terugblik op  de eerste dagen van mijn tocht en ik vergelijk dit met het gemak en vertrouwen  waarmee ik thans iedere morgen aanzet, dan kan ik alleen maar vermoeden dat het haar goed moet gedaan hebben om die eerste dagen van haar tocht in het bijzijn van een ander te stappen. En zo helpen wij pelgrims elkaar. Thom en Elly deden het me voor in Zwitserland, remember.

Wat ook altijd geruststellend werkt, is een goede bewegwijzering. En die, beste lezer, in tegenstelling tot wat men zou verwachten is in Italie gewoon uitmuntend goed (tot dusver). Drie verschillende tekens geven aan welke weg er moet gevolgd worden. Ik heb zo het gevoel dat er drie verschillende organisaties tegen elkaar op (wie heeft de duidelijkste indicaties - doet me een beetje denken aan de twee vuurwerken van ZicheN-Zussen-Bolder) de weg naar Rome willen aangeven. Dit heeft voor gevolg dat soms iedere 100 meter ergens een teken terug te vinden is. Het zou een hele prestatie zijn om hier nog verkeerd te lopen.

Op een goede 15 km van Ivrea overkwam me het toppunt van logistieke ondersteuning tot dusver. Een aardige man, die blijkbaar deel uitmaakte van een van die drie organisaties (zie hierobven) sprak me in het Italiaans aan. Uit de prachtige klanken die de man produceerde kon ik distilleren of ik al een plaats had om te slapen in Ivrea, wat dus nog niet het geval was. Ik had nog niet het woord ' No' uitgesproken of hij belde naar de Ostello Canoa Club van Ivrea. Voor een kleine 15euro werd ik gehuisvest in een slaapzaal van 6 met ontbijt. Over service gesproken. 

Diezelfde man verscheen die avond ook nog op de Canoa Club van Ivrea met :1. Een prachtige stempel voor mijn credentiale, 2. Een lijst van adressen van goedkope overnachtingsplaatsen voor Plegrims tot in Rome, 3 een pins met de afbeelding van Sigeric die ik meteen fier op de achterzijde van mijn rugzak bevestigde.
In Ivrea onmoette ik nog 3 andere Italiaanse Pelgrims : twee jonge gasten die in dertig dagen van de Col St Bernard Rome wouden bereiken (no way) en Renato uit Venetie die tot Vercelli stapte en dan terug zou keren naar thuis.
Ook Gabriella haalde de streep tot nog tot Ivrea. 5 pelgrims onder een dak, dat had ik nog niet meegemaakt.

Sedert dag 8 prijkte het dorp Amettes bovenaan de lijst van pelgrimsdorpen. Het heeft chance dat Ivrea een stad is want haar positie zou moeilijk houdbaar zijn geweest.

Dag 49 : Col St Bernard - Gignod

Dag 49 : Col gran - Gignod

11 dagen nadat ik de Frans-Zwitserse Grens in Auberson overstak, was het nu de beurt aan Zwitserland om het land te verlaten. 

In Zwitserland was alles tot in de puntjes geregeld. Ergens heb ik geschreven dat de grassprieten op de juiste positie hun plaats innamen in een grasperk. Zelfs de muggen vragen er eerst of ze bloed vervelend mogen aftappen. 
Over de bewegwijzering, de paden, de kwaliteit van de hebergement of de campings (op die ene keer na) alleen maar lof. De precisie en perfectie zelve.

Alhoewel, om perfect te zijn toonde het land te weinig ziel. Ik miste de gulheid van menselijkheid en hartelijkheid die ik op mijn weg in Frankrijk mocht ervaren. Zelden betoonde men interesse, stelde men een vraag, laat staan gaf men blijk van appreciatie,... Zelfs de geestelijken van de abdij in St Maurice waren "besmet". 
Gelukkig waren er nog Sylvie, Charlotte, Jean-Andre en Jean-Samuel die stonden voor de hoop in bange dagen voor die Zwitserse ziel... Ze staan alvast op mijn lijstje van mensen die, als ik eenmaal zal arriveren in Rome, een postkaart mogen verwachten. En wie weet, ooit kan ik ze ontvangen thuis in Gent.

Een berg beklimmen is ze ook afdalen. Terwijl het klimmen vooral een fysieke inspanning vergt, is het dalen voornamelijk een belasting voor spieren en gewrichten. De afdaling vanuit de Col naar Aosta is ongeveer 30km lang en ik herinner me nog heel levendig de pijn aan diezelfde spieren en gewrichten toen ik 4 jaar geleden  samen met Laurent en Jonathan de afdaling naar Aosta in een dag had afgelegd.
Nicht wieder !! En dus had ik mijn planning aangepast en zouden we niet verder dalen dan Gignod, slechts 2 uurtjes stappen  verwijderd van Aosta maar een wereld van verschil gezien ook het dalingspercentage op het einde.

Na een uurtje of twee dalen stopten we voor een koffiebreak. Het was duidelijk dat we niet de eerste pelgrims waren die deze bar aandeden. Mijn aandacht ging naar een  libro pellegrini,  een soort gastenboek met foto's van pelgrims in de rechter bovenhoek van iedere bladzijde. Bij het doorbladeren van het gastenboek viel mijn oog op een foto van niemand minder dan Laurent.
Ik herinner me nog de fotoshoots die van hem en Jonathan werden gemaakt toen we 4 jaar geleden boven op de Col St Bernard waren aangekomen. Wel, een van deze foto's was dus terecht gekomen in dit libro pelligrini. Wat een toeval !

Ter info, beste lezer, het is dankzij Laurent dat ik de via Francigena aan het doen ben en niet de weg naar Compostella. Laurent, dikke merci for showing me the way. En tevens voor de tip niet te vertrekken vanuit Calais maar vanuit Canterbury.

Het slechtste wat je kan doen voor de spierkes na een dergelijke dagtocht, is je auto in te kruipen en 9 uur terug naar huis te rijden. En toch, heren Fille en Rik, vertrokken geen half uurtje na onze aankomst te Gignod. Die twee heren moeten hun madammen toch wel heel graag zien....
Op dag 47 schreef ik :" In regel is het zo dat wanneer twee mensen zich toevoegen aan een klein gezelschap van drie man de groepsdynamica toch wel verandert. En dit is zeker zo als zich het binnen het groepje van twee ene zekere Rik Vos bevindt".
Wel geen 48 uur later : geen 'du bist eine Slampe' meer, geen bulderende lach meer, geen cynisch grijnsje van Cancellara meer, ... Onnodig te zeggen dat diezelfde groepsdynamica een tweede gedaantewisseling onderging  in nog geen twee etmalen. 
En toen waren ze nog met drie !!   (hier wordt de lezer geacht te zingen op het deuntje van 10 kleine negers...)

Michael en Christof die op dag 50 huiswaarts zouden keren, hadden nog een kleine verrassing voor me in petto : nl een etentje in een van de beste restaurants van de Aosta vallei, aangeraden door een local. Eerst wel nog mijn tent opzetten in de vervallen camping van Gignod (slechts 9 euro) en dan mijn proper T-shirtje en proper onderbroekske aantrekken voor een sjiek diner. 
Bij deze geef ik openlijk toe, beste lezer, ik ben een verwende pelgrim die niet altijd in armoede van Noordwest naar Zuidoost stapt. 

Het eten was lekker maar wat ik het meest van deze avond zal herinneren was het bijzonder open en hartelijke gesprek. Het heeft ons als mens en vriend dichter bij elkaar gebracht en het was dan ook een perfecte afsluiter van drie dagen echt samen zijn, van drie dagen genieten van de natuur, van drie dagen snuiven aan het pelgrimschap,... 

Groter kon het kontrast dan ook niet zijn toen ik aan diezelfde vervallen camping van Gignod werd afgezet. Heel even lang was het stil en voelde ik me voor het eerst echt alleen... 


woensdag 4 september 2013

Dag 48 : Bourg St Pierre - Col Grand St Bernard

Dag 48 : Bourg St Pierre - Col Grand Saint Bernard

Het zou dus lukken : mijn verjaardag vieren op de top van de Col Saint Bernard (2470mtr) 
Maar eerst nog de resterende 900 meters hoogte trotseren en ... bij het ontwaken de oerkreet van de heer Vos (du bist ein Slampe) en zijn ganse lichaamsgewicht als eerbetoon aan mijn 45ste verjaardag. Het onvergetelijke karakter van deze ochtendsprong zou model staan voor de rest van de dag.

Niettegenstaande het vroegdag was, vertrokken we niet eerder dan 13u. Dit had alles te maken met het feit dat Rik en de Fille de wagen aan de andere kant van de berg moesten zien te krijgen zodat ze op dag 49, eenmaal aangekomen op de eindbestemming meteen huiswaarts konden keren. Voor de vriendschap moet ge iets over hebben zeg ik altijd (Meeus zou zeggen : gewoon top). Daarna moest er door hen nog een bus genomen worden om terug te keren naar Bourg St Pierre. 

Zoals gezegd om 13u begonnen we aan de beklimming en naarmate we stegen, des te stiller het werd. Ik houd het op het adembenemende landschap en voor de rest onthoud ik me van iedere vorm van commentaar...
Een voor mij onuitwisbaar moment in mijn leven tenzij Alzheimer spelbreker wordt ooit, was onze break ergens halverwege de klim waar de cake, gebakken door Moeke en Emma, werd aangesneden en netjes verdeeld onder het gezelschap nadat de 9 kaarsjes (elk kaarsje voor 5 jaar) die tevens door Moeke  voorzien waren, werden uitgeblazen begeleid door de gekende verjaardagsliedjes (en niet de oerkreet du bist eine...). 
Bij deze breng ik ook de complimenten, unisono over aan Moeke en Emma voor de lekkere cake. 

Boven op de berg verbleven we in de Hospice de Grand St Bernard die gesticht werd in 1049 door Bernard van Menthon. Bernard die door Pius XI in 1923 bevestigd werd als patroonheilige van de Alpen, had als basisidee voor de oprichting van deze hospice het veiliger maken van de doorgang voor reizigers door bandieten en ander tuig te verwijderen van de berg. Bijkomend ontstond de idee om ook reddingsacties op te zetten in geval van mensen in nood waarbij de St Bernardshonden ook een rol van betekenis hadden.
Soit, de Bernardshondshonden zijn inmiddels vervangen door modern reddingsmateriaal en dito methodes en nog zelden zijn ze te zien op de top. 
Dat het er op de top die slechts 2470 meter hoog is, redelijk onhergzaam kan zijn mocht nog blijken afgelopen winter en lente. Slechts in derde week van juni dit jaar werd de pas terug geopend voor verkeer. 
Het moet wel een heel goede zomer geweest zijn, ook daarboven, want er was van de sneeuw haast niets meer te zien. By the way, van het weer heb ik tot dusver geen reden van klagen.

Eenmaal geinstalleerd in een slaapzaal van 8, ideaal terrein voor snurkend gezelschap (man, man, man,....) en na het afspoelen van het zout afgezet door het vele zweten werden we met de klokken van de hospice gevraagd om aan tafel te komen. Eenmaal aan tafel duurde het natuurlijk niet lang of de heer Vos, bijgestaan door het resterende olijke trio, kon het niet laten om de tafelende meute van de Hospice te informeren over mijn verjaardag. Gevolg : heel de keet mee, en vervolgens werd er verwacht dat ik ook nog ns een lied moest zingen dat inmiddels ook gepost werd op facebook met de titel De Kerstman gelooft ook in Sinterklaas...
Om de dag af te ronden dronken we nog een paar bokken en zochten daarna de warmte van onze dons op want het begon toch al aardig koud te worden...

Via deze weg wil ik iedereen bedanken voor de vele smsjes en telefoontjes die ik mocht ontvangen en die het onvergetelijke karakter van deze dag extra cachet gegeven hebben. Ik voelde (en voel)  me werkelijk een gelukkig man met zoveel attentvolle vrienden. It really made my day.

En om het nog maar eens met de woorden van Meeus te zeggen : dag 48 was Top !

dinsdag 3 september 2013

Dag 47 : Sembrancher - Bourg St Pierre

Dag 47 : Sembrancher - Bourg St Pierre

Op dag 48 wou ik boven op de col van de Gran San Bernardo staan, want die dag was mijn verjaardag en de idee om op het hoogste punt van deze trip te staan op mijn 45ste verjaardag leek me wel wat.

Dit had ervoor gezorgd dat Michael, Christof en ikzelf een dag eerder dan voorzien (had een dag gewonnen op mijn schema) aan de beklimming van de Grand St Bernard begonnen. In twee dagen zouden we een afstand afleggen van ongeveer 35km en een hoogteverschil overbruggen van ongeveer 1900 meters. 

Niettegenstaande de twee heren zowat de helft van de wereld gezien hadden en zelfs op de top van de Kilimanjaro Afrika overzien hadden, konden ze deze wandeling best wel pruimen. En het moet gezegd, het was ook prachtig. 
We trokken ook de nodige tijd uit om extra te genieten : in de vorm van pootje baden in het ijskoude water van een bergrivier,  een siesta na de de pic-nic (zonder tonijn deze keer)  waarbij een overheerlijk smeuig geitenkaasje de hoofdrol speelde, een stop bij een cafeetje voor een lekker kopje koffie, ... Kortom, een dag vol genot.

Daarbij mochten we tevens tegen 20u het gezelschap verwachten van twee andere vrieden : vriend Rik, alias groot laweit, en vriend Fille, man van looks (a la Cancellara) en standing (werkzaam bij een grote bank). 
We troffen elkaar op de camping van Bourg St Pierre waar we een soort van basic chalet huurden voor nauwelijks 80 Zwitserse Franken en waar we in de mogelijkheid waren om de gerechten van traiteur Vincent uit de Vennestraat te Genk  op te warmen.
In regel is het zo dat wanneer twee mensen zich toevoegen aan een klein gezelschap van drie man de groepsdynamica toch wel verandert. En dit is zeker zo als zich het binnen het groepje van twee ene zekere Rik Vos bevindt. 

Vrienden Fille en Vos hadden niet alleen het avondeten voorzien, ze brachten ook mijn andere wandelschoenen die in Belgie gerepareerd waren, verjaardagskaartjes, een cake met negen kaarsjes gebakken door mijn moeder en dochter Emma en bij gebrek aan het voor de grap gevraagde pornografische materiaal de uiterst irritante Duitse zangzin "du bist eine Slampe..." die meermaals op dag 48 door de vallei zou weerklinken.

Viske Rok en Cancellara waren er duidelijk klaar voor om de resterende 900 meters te overstijgen afgaande op het animo dat ze toevoegde aan de reeds gezellige sfeer.

 

Dag 46 : St Maurice - Sembrancher

Dag 46 : Saint Maurice - Sembrancher

De abdij van Sint-Maurice is in de Romeinse doorvoerpost Agaunum gebouwd op de ruïnes van een voormalige tempel, die gewijd was aan Mercurius, de god van de reizigers. De plaats werd voor het eerst bekend door een handschrift van Sint-Eucherius, bisschop van Lyon, dat hij rond het jaar 454 stuurde aan bisschop Salvius. Eucherius kreeg een openbaring waardoor hij overtuigd raakte van het martelaarschap van een Romeins legioen, het Thebaanse Legioen onder leiding van Sint-Maurice (Sint Mauritius)

En het was precies deze Maurice die als een Romeinse bewindvoeder in mozaiek afgebeeld werd achter het altaar in de kerk van de abdij. Geen kruis van Christus, geen afbeelding van Maria, maar een perfecte belichtte mozaiek van een Romeinse soldaat die dan nog bovendien uit Egypte kwam.

Uit het verhaal van Pere Hotellier konden we opmaken dat Sint Maurice uit Thebe -een oude stad uit Egypte-  kwam en dat hij als gewone soldaat opgeklommen was in de militaire hierarchie tot bewindvoerder van een legioen van 6600 Thebetaanse soldaten. Wat niet gewoon was voor die tijd (250A.D.) was zijn geloof in een God. Het Romeinse rijk zou in die periode immers nog de kerk als een bedreiging zien voor het keizerrijk.
Wat dus ook zou blijken uit de daden van Mauritius toen hij de opdracht kreeg van de keizer om een dorp vol met christelijken uit te moorden. "Eerst het woord van god, dan het woord van de keizer" zou Mauritius gezegd hebben waarop de keizer een tiende van het legioen (decimeren) terecht stelde.
Uiteindelijk zou het hele legioen worden uitgemoord waarbij Mauritius zijn troepen zo ver kreeg om geen weerstand te bieden aan de troepen van de keizer.
Prachtig verhaal moet die bisschop van Lyon in het jaar 454 gedacht hebben, ideaal om nog meer zieltjes te winnen voor het Christelijke geloof. Onze pere hotellier was alvast overtuigd, dat was duidelijk. Maar andere geschiedschrijving werpt een aangepast  licht op de heldhaftigheid van Saint Maurice. Niet van dezelfde orde grootte als onze Godfried Van Bouillon die, zo leren we in onze geschiedenisboeken in de lagere school een held zou zijn en koning werd van Jeruzalem maar eigenlijk zeen gewiekste opportunist was die in het Noorden van Italie menig vrouwschoon geweldadig behandeld zou hebben. Doch dit geheel terzijde.

Wat ik eigenlijk wou zeggen : de mozaiek van St Maurice is enig mooi en door de plaats die het inneemt in de kerk ongelooflijk uniek. Een aanrader voor een stop voor diegene die Italie via de Gran San Bernardo aandoet.

Na de deskundige uitleg van de pere, begonnen we aan onze dagtocht. Tot in Martigny zouden Elly, Thom en ikzelf samen stappen. Vanaf Martigny zou ik een  bijkomende 12 km aan het traject breien tot in Sembracher. 
In Martigny zouden onze wegen dus scheiden en we zouden elkaar gezien onze planningen die we naast elkaar gelegd hadden niet meer zien. 
Ik ben overtuigd dat de ontmoeting met dit Nederlandse koppel niet zomaar gebeurde. Op het moment dat ik me redelijk ellendig voelde door dat verdomde rechter scheenbeen, waren zij er plotseling waarbij dan ook nog eens bleek dat Elly een fysiotherapeute was.  Naast de goede medische raad, de leuke verhalen gaven ze me ook extra brandstof om voort te zetten. En daarbovenop... een idee om eenmaal thuis misschien ook uit te proberen. (rara)

De avond van dag 46 vervoegden mijn vrienden Christof en Michael  me (wat ben ik geliefd seg)  om vanuit Sembrancher op dag 47 samen de beklimming van de Gran San Bernardo aan te vatten. Alvorens Zwitserland te verlaten at ik nog een overheerlijke kaasfondue (herbes). 

Dit ventje kroop op dag 46 met goed gevulde maag en met de fijne gedachte van twee nieuwe Nederlandse vrienden in zijn figuurlijke achterzat onder de wol.
En nu maar hopen dat die twee andere vrienden niet bepaald in snurkmodus geraakten.... 

zondag 1 september 2013

Dag 45 : Aigle-St Maurice

Dag 45 : Aigle -St Maurice

Voor het eerst was de pijn in het scheenbeen sterk verminderd in die mate zelfs dat ik eenmaal warm gelopen de ganse dag quasi pijnloos kon stappen naar St Maurice.

Het was wederom een mooie dag. Ik stapte eerst door wijngaarden, daarna door het bos, daarna langs een zijrivier van de Rhone om uiteindelijk de laatste 9 kms langs de oevers van de Rhone richting St Maurice af te leggen. Niettegenstaande een redelijk bevolkt gebied, kwam ik geen mens tegen. 
Een beetje typerend voor het gedeelte reeds afgelegd in Zwitserland ook geen echte warme en onvergetelijke omtmoetingen.

Het was wachten op Elly en Thom, die zoals mij de nacht zouden doorbrengen in de abdij in St Maurice voor de eerste leuke ontmoeting van de dag. 

Het onthaal aan de receptie, niettegestaande de betekenis van het het woord, was niet bepaald onthalend. De dame met nors voorkomen was duidelijk niet gemachtigd om de 'overnachter' in de abdij verder te helpen. Met pere Yves van dag 6 in mijn achterhoofd hoopte ik op een een warme ontmoeting met de pere hotellier van de abdij St Maurice nadat hij op de hoogte werd gebracht van mijn  komst. 
Des te groter de verwachting, des te groter de desillusie. Ik had het moeten weten. Geen vragen over mijn reis, geen elementaire vraag die polste naar mijn fysieke of mentale gezondheid,.... Alleen een frigide zakelijkheid die vooral gericht was op het lichter maken van mijn beurs.

Een uurtje nadat ik was aangekomen arriveerden Thom en Elly en meteen smeedden we het plan om een pintje te drinken. Een tweede gerstenat verplichtte ons haastig te stappen naar de abdij waar we tegen 18u55 verwacht werden voor het avondmaal. Aan de ingang van de abdij werden we opgewacht door de krenterige pere hotellier en ,naar vermoeden, de overste van de abdij. Samen begeleidden ze ons naar een eetzaal, speciaal voorzien voor de gasten. Drie Duitsers die vorig jaar het traject Bonn - St Maurice hadden gefietst en dit jaar naar de Col St Bernard zouden stappen hadden ons inmiddels vervoegd en samen nuttigden we een rijkelijke maaltijd die nog eerst werd ingezet door een gebed.

De monniken waren inmiddels begonnen met het avondgebed in de prachtige Kerk van de abdij  in Romaanse stijl. Weliswaar te laat, vervoegden we de monniken tijdens dit dagelijkse avondritueel. 

Niet zozeer het religieuze aspect dat hier vanuit gaat trekt me aan, dan wel het aspect van rust, bezinning en contemplatie. Het zijn uitgelezen momenten om stil te staan bij de voorbije dag, om intens te  denken aan familie, vrienden, Vanessa en Emma, en alle dingen die we samen zullen doen als we terug thuis zijn.

Quasi halverwege, wat heb ik toch zo'n zin om het thuisfront eens goed vast te pakken....



Dag 44 : Vevey-Aigle

Dag 44 : Vevey -Aigle

Dag 44 gaat de geschiedenis in als de dag waarop deze pelgrim, twee andere pelgrims op zijn pad richting Rome tegenkomt. 
In feite moet ik zeggen, werd deze pelgrim ingehaald door twee andere pelgrims. Ik was mijn dag immers aan een matige tred begonnen om dat scheenbeen zoveel mogelijk te ontlasten. Een goede 7 km voor Montreux kon ik op deze manier kennismaken met Elly en Thom uit Haarlem, Nederland. Vorig jaar hadden ze samen gestapt van Canterbury naar Laussane en dit jaar waren ze op mijn dag 43 gestart in Lausanne om de rest van de rit uit te doen tot de Italiaanse hoofdstad. 
Door deze Nederlandse tandem werd ik mee op sleeptouw genomen. De uitwisseling aan verhalen onder weg duwden mijn zorgen onder de pijngrens. Bovendien bleek Elly ook een fysiotherapeute te zijn en wist meteen een diagnose te stellen en me te zeggen wat ik moest doen. Over toeval gesproken... Of heeft hier iemand de hand in? The invisible hand ! 

Nu met gemiddelde tred, passeerden we het mondaine Montreux. De luxe droop er vanaf. En ook hier was alles tot in de perfectie georganiseerd. Iedere grasspriet lag er als het ware in de juiste postie.  De inox vuilbakken die op zich al haast kunstwerken waren werden door een externe firma met een speciaal poetsmiddel opgeblonken en blinken deden ze, beste lezer. Burgemeester Lippens van Knokke-Zoute zou hier een waar orgasme aan beleven. 

Het contrast met sommige plaatsen uit het Noorden van Frankrijk kon niet groter. Een beetje minder hier en een beetje meer daar (door te trekken op grotere schaal in de Noord-Zuid verhoudingen) zou vooral een groot verschil zijn voor de mensen in het Noorden van Frankrijk. Van crisis hier geen sprake alvast.

Na Montreux stapten we nog een goed uurtje langs de oevers van het meer en vervolgens orienteerden we ons richting het Zuid-Oosten en gingen we de Rhone-Vallei tegemoet. 

Ter verrijking van jullie geografische kennis : De Rhône begint aan de grote Rhônegletsjer bij de Furkapas in het noordoosten van het Zwitserse kanton Wallis (Valais) en stroomt daarvandaan in zuidwestelijke richting. Grootste plaatsen op dit traject zijn Brig, Sion, Saint Maurice en Martigny, waar de rivier een scherpe bocht naar het noordwesten maakt. De rivier loopt door tot het meer van Genève ( meer van Leman). 
De rivier die in Geneve weer uit het meer stroomt wordt ook de Rhône genoemd en enkele kilometers zuidwestelijker passert deze rivier de grens met Frankrijk 
Bij Lyon voegt zich de Saône - een andere grote rivier die ik gekruist heb - bij de rivier en stroomt de Rhône definitief verder naar het zuiden. Hier begint de benedenloop, die goed bevaarbaar is. Voor Arles splitst de rivier zich in de Grand-Rhône en de Petit-Rhône. 

Onze wegen splitsten tijdelijk in Aigle. Thom en Elly zouden de nacht doorbrengen bij de ouders Van Nederlandse vrienden en ik mocht mijn tentje opslaan in een drie sterren camping. Eenmaal toegekomen volgden ik nauwgezet het advies van Elly en zorgde goed voor mijn rechter scheenbeen.